Wie ben je zonder het masker van aanpassing?

Veel mensen ontwikkelen al vroeg een manier om zich aan te passen aan de verwachtingen van hun omgeving.

Sterk zijn.
Behulpzaam zijn.
Rust bewaren.
Succesvol zijn.
Voor anderen zorgen.

Vaak ontstaat zo langzaam een rol of masker dat helpt om verbonden te blijven met de mensen om hen heen.

Binnen familiesystemen gebeurt dit meestal niet bewust. Een kind voelt van nature aan wat nodig is om liefde, veiligheid en verbondenheid te behouden. Zeker wanneer er spanning, verdriet, afwezigheid of emotionele belasting aanwezig is binnen het gezin, ontstaat vaak een subtiele beweging van aanpassing.

Sommige kinderen worden erg verantwoordelijk.
Anderen ontwikkelen zich tot bemiddelaar, helper of “sterke” binnen het gezin.
Weer anderen leren juist gevoelens weg te drukken om geen extra belasting te vormen voor hun ouders.

Wat begint als een intelligente vorm van overleven, kan later steeds meer onderdeel worden van iemands identiteit.

Binnen familieopstellingen wordt regelmatig zichtbaar hoe mensen zich zo sterk zijn gaan identificeren met hun aangepaste rol, dat zij nauwelijks nog voelen wat werkelijk van henzelf is.

Mensen merken dit bijvoorbeeld doordat zij:

  • voortdurend rekening houden met anderen;
  • moeite hebben met grenzen aangeven;
  • zich verantwoordelijk voelen voor emoties van anderen;
  • pas rust ervaren wanneer iedereen om hen heen zich goed voelt;
  • of diep van binnen bang zijn om afgewezen te worden wanneer zij werkelijk zichzelf laten zien.

Vaak leeft daaronder een onbewuste overtuiging:
“Als ik mij aanpas, blijf ik verbonden.”
“Als ik voor anderen zorg, hoor ik erbij.”
“Als ik werkelijk mezelf ben, raak ik misschien de liefde kwijt.”

Binnen familieopstellingen wordt zichtbaar dat zo’n masker meestal niet ontstaat uit zwakte, maar uit loyaliteit aan het systeem waar iemand uit voortkomt.

Het masker beschermt.
Het helpt overleven.
Maar tegelijkertijd kan het maken dat iemand steeds verder verwijderd raakt van zijn eigen gevoelens, verlangens en identiteit.

Daardoor ontstaat bij veel mensen op een bepaald moment de vraag:
“Wie ben ik eigenlijk zonder deze rol?”
“Wat blijft er van mij over wanneer ik niet voortdurend hoef aan te passen?”

Dat moment kan verwarrend zijn, maar tegelijk ook bevrijdend.

Niet omdat aanpassing ineens verdwijnt, maar omdat iemand langzaam gaat herkennen welke delen werkelijk bij hemzelf horen en welke ooit zijn ontstaan om verbonden te blijven met anderen.

Pas wanneer iemand stap voor stap minder vanuit overleving hoeft te leven, ontstaat er vaak meer ruimte voor een eigen leven dat niet alleen gevormd wordt door wat anderen nodig hebben, maar ook door wat van binnenuit werkelijk klopt.

Winkelwagen
Scroll naar boven