Leven vanuit overleving
Veel mensen functioneren jarenlang vanuit overleving zonder zich daar volledig bewust van te zijn.
Altijd alert blijven.
Rekening houden met anderen.
Conflict vermijden.
Sterk moeten zijn.
Controle houden.
Vooruitdenken.
Spanning aanvoelen voordat iets gebeurt.
Van buitenaf lijkt iemand vaak goed te functioneren. Verantwoordelijk, zelfstandig, zorgzaam of succesvol. Maar van binnen blijft er vaak een voortdurende spanning aanwezig, alsof het lichaam en het zenuwstelsel nooit werkelijk tot rust komen.
Binnen familieopstellingen wordt regelmatig zichtbaar dat zulke overlevingsmechanismen niet zomaar ontstaan, maar vaak verbonden zijn met de dynamiek van het gezin of familiesysteem waarin iemand opgroeit.
Een kind past zich van nature aan aan wat nodig is om emotioneel verbonden en veilig te blijven. Wanneer er binnen het gezin spanning, verdriet, afwezigheid, conflicten of emotionele onveiligheid aanwezig is, ontwikkelt een kind vaak automatisch strategieën om daarmee om te gaan.
Sommige kinderen worden erg verantwoordelijk.
Anderen leren vooral gevoelens onderdrukken.
Sommigen blijven voortdurend alert op de stemming van anderen.
En weer anderen proberen controle te houden om chaos of spanning te voorkomen.
Binnen het familiesysteem kunnen zulke aanpassingen ooit noodzakelijk zijn geweest om emotioneel te overleven.
Overlevingsmechanismen zijn daarom niet verkeerd. Integendeel: ze ontstaan vaak uit intelligentie, gevoeligheid en loyaliteit aan het systeem waarin een kind leeft.
Het probleem ontstaat meestal pas wanneer deze patronen later een vaste manier van leven worden.
Veel mensen merken op volwassen leeftijd bijvoorbeeld dat zij:
- moeilijk kunnen ontspannen;
- voortdurend “aan” staan;
- zich verantwoordelijk voelen voor anderen;
- moeite hebben met spontaniteit;
- gevoelens controleren;
- of pas veiligheid ervaren wanneer alles onder controle blijft.
Daardoor raakt iemand vaak langzaam verwijderd van zijn eigen gevoelens, verlangens en levendigheid.
Binnen familieopstellingen wordt zichtbaar dat veel vormen van overleving oorspronkelijk bedoeld waren als bescherming tegen pijn, afwijzing, verlies of emotionele onveiligheid binnen het systeem.
Wat vroeger bescherming biedt, kan later vrijheid beperken.
Soms ontstaat er dan een leven waarin iemand wel functioneert, maar nauwelijks nog werkelijk ervaart wat hij zelf nodig heeft.
Werkelijke bewustwording begint vaak op het moment dat iemand gaat herkennen hoeveel energie voortdurend naar overleven blijft gaan.
Niet alleen mentaal, maar ook lichamelijk en emotioneel.
Binnen een familieopstelling ontstaat vaak een eerste beweging van herkenning:
“Misschien hoef ik niet langer alles onder controle te houden.”
“Misschien mag ik stap voor stap meer leven vanuit mezelf in plaats van alleen vanuit aanpassing en overleving.”
Pas wanneer zichtbaar wordt welke overlevingsmechanismen ooit noodzakelijk waren, ontstaat er vaak meer ruimte om langzaam meer rust, spontaniteit en vrijheid toe te laten in het eigen leven.