ZIJN MEDICIJNEN NOODZAKELIJK?

‘Er zijn geen wetenschappelijke bewijzen dat ‘psychosen van schizofrene aard’ zoals de vormen van psychische verwarring sinds de psychiatrie worden genoemd (Bäuml 1994), door stofwisselings-processen in de hersenen worden opgewekt. Psychofarmaca hebben een niet te specificeren werking ten aanzien van de werkelijke oorzaken van psychische aandoeningen: ze onderdrukken een groot deel van de gevoelsregionen en verlammen het denken. Patiënten beschrijven de effecten van neuroleptica bijvoorbeeld als volgt: “Het is alsof er beton in mijn aderen vloeit. Ik heb weliswaar geen last meer van de vreselijke gevoelens maar daarentegen ook geen fijne gevoelens. Ik heb geen energie en levenslust en krijg niets meer op een rijtje.”

Er zijn tevens psychiaters die van oordeel zijn dat psychofarmaca meer kwaad doen dan goed. Marc Rufer bijvoorbeeld heeft in een uitvoerige verhandeling vastgelegd waarom psychofarmaca uiterst bedenkelijke middelen zijn voor behandeling van psychosen. “De nadelen van een langdurig gebruik van psychofarmaca liggen voor de hand. Enerzijds bestaat een langdurige afhankelijkheid van de psychiaters en het medicijn, anderzijds zijn de bijwerkingen waarmee men rekening moet houden aanzienlijk. Dit geldt in het bijzonder voor neuroleptica. Langdurig gebruik verhindert ontegenzeggelijk de optimale kwaliteit van leven van de betreffende mens. Van hen die neuroleptica gebruiken, wordt het intellectuele uithoudingsvermogen, het geheugen, de creativiteit, het gevoelsleven en de seksuele beleving duidelijk beperkt. Daar komen vaak nog motorische storingen bij die gebruikers laten overkomen als gehandicapten, naast verdere beperkingen op lichamelijk gebied – onder andere onrust, duizeligheid, wazig zicht, gevaarlijke storingen in de bloedsomloop, hartritmestoringen, beperkingen van de leverfunctie. Storingen die zelfs de dood van de patiënt kunnen veroorzaken. Iets dergelijks geldt ook voor gebruik van lithium: carbamazepine, valproïnezuur en de standaard antidepressiva.” (Rufer 2001, pag. 244 en verder)

Ook Asmus Finzen, een kritische voorstander van het voorschrijven van psychofarmaca, schrijft over de bijwerkingen van psychofarmaca duidelijke taal: “Bij alle psychofarmaca is een groot scala van mogelijke complicaties en bijwerkingen uit het gehele medische spectrum aanwezig. Levensgevaarlijke bijwerkingen en blijvende schade zijn weliswaar eerder een uitzondering. Maar zij komen voor – bijvoorbeeld in de vorm van beschadiging van de witte bloedlichaampjes, hartritmestoornissen of – bij neuroleptica – hardnekkige ongecontroleerde bewegingen, vooral van de tong en de kaakspieren, in zwaardere gevallen ook van de romp en andere ledematen. Deze zogeheten late dis kinetische bewegingen ontwikkelen zich bij vele zieken na vele jaren van continue inname van neuroleptica. Zij zijn therapeutisch moeilijk te beïnvloeden en kunnen een zware belasting vormen voor de betrokkene. Tranquillizers worden het meest misbruikt vanwege hun werking op angst en spanning en hun euforiserende bijwerking.” (Finzen 2000, pag. 19) In het voorwoord van de dertiende druk van zijn boek zegt Finzen: “Wanneer wordt de misvormende gewichtstoename na langdurige inname van neuroleptica nu eindelijk eens door de ontwikkelaars van medicijnen serieus genomen!”

De Amerikaanse psychiater Peter Breggin gaat nog een stap verder en komt tot het oordeel: “Neuroleptica zijn de gevaarlijkste medicijnen die ooit in de medische wereld gebruikt zijn.” (Breggin 1996, pag. 136) Hij bestempelde het gebruik van neuroleptica als ‘chemische lobotomie’ en vergelijkt het middel daarmee in zijn werking met chirurgische ingrepen in de hersenen, waarmee vooral in de jaren vijftig werd geëxperimenteerd bij psychiatrische patiënten.

Ondanks alle kritiek zijn psychiaters gefixeerd op de stellingname dat schizofrenie een lichamelijke oorzaak heeft, ook wanneer honderd jaar onderzoek geen sluitend bewijs levert. Zij kennen bij psychosen geen andere behandelmethode dan het lichaam en de hersenen in een shocktoestand te brengen – zoals dat vijftig jaar geleden vooral met stroom (elektroshocktherapie), met insuline (insulineshocktherapie) of met lange koude douches gebeurde, of zoals nu gebruikelijk met chemische stoffen gebeurt. Daarom dringen psychiaters er bij elke patiënt op aan om hen met psychofarmaca te behandelen. En dat langdurig omdat het afkicken van de medicijnen opnieuw ongecontroleerde gevoelstoestanden oproept bij de patiënten.

Omdat psychiaters over het algemeen geloven dat de waan van een patiënt voor een gezond mens niet te begrijpen is, interesseren zij zich niet verder voor zijn levensgeschiedenis, zijn gevoelens, zijn gedachten. Het enige wat ze bij gesprekken met een patiënt willen bereiken, is dat hij hun mening over de biologische oorzaak van psychosen deelt en daarmee alle medische behandelingen zonder tegenspraak ondergaat. (…)

GEDWONGEN MEDICATIE

“Ik protesteerde tegen de hoge dosering en wilde de druppels en tabletten niet innemen. Ik riep tegen een direct erbij geroepen arts:  ‘Nee, ik ga ze niet slikken, jullie willen me alleen maar vangen!’ Wanhopig probeerde ik ze duidelijk te maken dat het ook zonder medicijnen kan. Ik kon niet anders. Hij liet een spuit aanrukken die ik al schreeuwend kreeg, in een harde greep van de verplegers die mijn beide armen verdraaiden omdat ik me weerde. Het moet wel een hele berg ‘spul’ zijn geweest want kort daarna was ik erg moe. Duf, in een roes, sleepte ik mezelf naar een stoel in de recreatieruimte en staarde in het niets. De naakte wanden dienden het zo zwaar geworden hoofd als steun. Na een poosje volgde ik vreedzaam het advies op naar bed te gaan en sliep in. (…)

Zo vaak als ik kon liet ik, ondanks de bewaking, bij de medicijnuitgave ongemerkt tabletten verdwijnen en gooide een deel van de druppels onder de tafel. Dat moest met zeer veel trucjes gebeuren omdat aansluitend de mond werd gecontroleerd. Later gooide ik de verstopte tabletten in de wc. Ze waren ondertussen al bijna week geworden waardoor er witte vlekken kwamen in broekzakken of sokken. Dit ging hooguit twee weken goed. Alle personeel vroeg zich af waarom ik zo wakker was bij zo’n hoge dosis medicijnen. Onder druk van indringende gesprekken, waarschuwingen en bedreigingen moest ik mijn trucs verraden.” (Stein 1999, pag. 78 en verder)

De psychiatrie maakt mijns inziens dus van een zielsfenomeen een lichamelijk fenomeen en verklaart daarmee psychische verwarring tot ziekte net zoals andere lichamelijke ziekten. Zij definieert patiënten op die manier dat zij in een voor de medische wereld gebruikelijke vorm van behandeling passen: “Juist in de psychiatrie praten we over een zuiver medisch ziektebegrip. Ziekte zelf bestaat alleen in het lichamelijke en ‘ziekelijk’ noemen we zielsabnormaliteiten als zij op zieke orgaan-processen te herleiden zijn. (…) Wij baseren het begrip ziekte in de psychiatrie uitsluitend op veranderingen van het lichaam die door ziekten ontstaan. (…) De ziekteprocessen die aan de basis liggen van cyclothymie (bipolaire stoornis) en schizofrenie zijn ons niet bekend. Dat daar echter ziektebeelden aan ten grondslag liggen, is een door zeer velen ondersteunde stelling, een zeer goed gefundeerde hypothese. (…) Dat er naast de bijzondere en abnormale vormen van wezens met een ziel en de als ziekte te verstane zielsabnormaliteiten ook nog ‘endogene psychosen’ bestaan, is een blok aan het been van de humanitaire psychiatrie. (…) Wij staan (…) in de zin van een heuristisch principe achter de hypothese en daarmee achter het ‘ziekelijke’.” (Schneider 1992, pag. 4 en verder)  Het gevolg van deze zienswijze is duidelijk: de ‘zieke’ patiënten moeten naar een arts gaan, medicijnen voorgeschreven krijgen en in noodgevallen zich laten opnemen in een ziekenhuis voor een klinische behandeling (…)’

UIT: Franz Ruppert, De verborgen boodschap van psychische stoornissen. De waarheid heelt de waan. Eeserveen 2009 (blz. 436, 437, 438, 439)