SYMBIOTISCHE VERSTRIKKINGEN TUSSEN DADERS EN SLACHTOFFERS

‘Vanuit de staat van ons gezonde ‘ik’ kunnen we erkennen dat wij als mensen in zekere mate zowel dader als slachtoffer zijn. We drijven bepaalde belangen en behoeften ten koste van andere mensen door of we gebruiken dieren als voedingsmiddelen of verbruiken bepaalde natuurlijke bronnen van bestaan die andere levende wezens in onze omgeving moeten ontberen. We zijn slachtoffer als wij bijvoorbeeld onze tijd en energie in moeten zetten voor de belangen van andere mensen of omdat virussen en bacteriën ons lichaam verzwakken zodat we ziek worden. We zien onszelf waarschijnlijk veel gemakkelijker als slachtoffer en kunnen maar moeilijk accepteren dat we van tijd tot tijd ook dader zijn. Ook als iemand uit de groep waartoe wij behoren (familie, vereniging, natie…) leed wordt aangedaan, voelen wij ons intuïtief solidair met hem en zien hem als slachtoffer, terwijl we de neiging hebben ons het lijden van mensen met wie wij niet op zielsniveau zijn verbonden, niet aan te trekken. Mogelijk denken we zelfs dat zo iemand zelf schuld heeft aan het leed dat hem is overkomen.

Door een traumatische ervaring wordt het vermogen tot reflecteren op dader-en-slachtoffer-zijn nog meer beperkt. Het denken kan dan heel rigide en eenzijdig worden. Iemand ervaart zichzelf dan alleen nog maar als het slachtoffer en anderen als de daders. Of hij kan niet aanvaarden slachtoffer te zijn geworden van geweld of misbruik en ontkent dat hardnekkig.

De symbiose tussen daders en slachtoffers veroorzaakt de meest destructieve psychische dynamiek. In het kader van psychotherapie zijn zij een van de meest moeilijk te doorziene en te behandelen klachten. Veel mensen zijn jarenlang in therapie maar het onder ogen zien van het deel dat in een dader-slachtofferpatroon gevangen zit, wordt maar al te vaak vermeden.

EIGENSCHAPPEN VAN DADERS

Daders zijn mensen die andere mensen minachten, vernederen, slaan, beroven, misbruiken, manipuleren, uitbuiten of doden. Daders willen anderen onder controle houden, overheersen of vernietigen. Daders traumatiseren andere mensen. Daders hebben vele uiteenlopende kenmerken:

  • Daders staan onverschillig ten opzichte van andere mensen en voelen zich daar onschuldig over. Ze zetten daarbij de ander onder druk en gebruiken geweld en beschouwen dat als normaal. Ze stellen hun handelen niet ter discussie. Ze zijn ervan overtuigd dat er geen alternatieven bestaan.
  • In zoverre ze nog andere gevoelens tonen dan angst en haat, zijn deze gevoelens weinig gedifferentieerd. Kou is wat hen betreft even goed als warmte, leven even goed als sterven. Niets kan hen afschrikken, geen straf en geen dood – die kan men zo nodig immers zelf veroorzaken. Wat is een mensenleven tenslotte waard?
  • In de ogen van daders zijn alle anderen vermoedelijk net zo als zij zelf. Daders die seksuele delicten plegen veronderstellen bijvoorbeeld dat kinderen dezelfde seksuele behoeften hebben als volwassenen. Daarom doet het kinderen volgens hen ook geen pijn wanneer ze worden misbruikt. Daders kunnen lust en pijn niet van elkaar onderscheiden.
  • Daders creëren hun eigen wereld, die ze afschermen voor alle invloeden van buitenaf die erop gericht zijn hun daden te verhinderen. Ze schuwen de openbaarheid en voeren hun daden heimelijk uit. De anonimiteit van hoge leidinggevende posities, het zich verschuilen achter voorschriften, het onbekend blijven op het internet: het zijn geliefde strategieën van daders.
  • Een dader op zijn vergrijp wijzen wekt zijn agressie. Hij wil niet reflecteren op zijn gedrag en wil ook niet dat hem daarover vragen worden gesteld. Hij drukt alle kritiek op zijn gedrag zo mogelijk de kop in. Als hij de kans krijgt, pakt hij degenen die kritiek hebben genadeloos aan.
  • Abstracte waarden zoals eer en trots spelen in het denken van daders een centrale rol. Vandaar hun inspanningen om een façade van normaliteit en sociaal aanzien om zich heen op te bouwen.
  • Daders ontwikkelen een eigen moraal over wat goed en kwaad is. Leugens en het verdraaien van zelfs de meest eenduidige feiten behoren voor daders tot de keuzemogelijkheden. Zij voelen zich slimmer en intelligenter dan andere mensen.
  • Wanneer daders ondanks al hun versluieringstactieken en intimidatiepraktijken worden ontdekt en tot de verantwoording worden geroepen, weten zij zich handig in de rol van de eigenlijke slachtoffers te manoeuvreren. Alles en iedereen is schuldig aan wat zij gedaan hebben – behalve zijzelf. Ze eisen medelijden en zwelgen in zelfmedelijden.

HOE ONTSTAAN DADERSTRUCTUREN?

De traumatheorie biedt een goede mogelijkheid om het ontstaan van daderstructuren te verklaren. Daderstructuren zijn het gevolg van trauma’s en zijn daarmee overlevingsdelen. De daderstructuur aan de ene kant komt overeen met een slachtofferstructuur aan de andere kant. Daders maken anderen machteloos omdat zij zelf ooit machteloos gemaakt werden. Daders ontkennen hun daden omdat ontkend werd dat zij zelf eens slachtoffer waren. Daders zijn onverschillig omdat zij zelf eerder onverschillig werden behandeld. Daders vinden geweld normaal omdat het normaal was dat er tegen hen geweld werd gebruikt. Zoals zij ooit de zwakkeren waren, zoeken zij nu zelf zwakkeren uit waarover zij kunnen heersen. Omdat zij zelf doodsangsten uitstonden, maken zij anderen doodsbang.

Dat betekent ook dat mensen plotseling en onverhoeds kunnen wisselen van daderstructuur naar slachtofferstructuur. Ze beginnen dan te huilen, worden aanhankelijk en onderdanig. Ze willen niet meer leven en denken aan suïcide.

Vanuit het perspectief van de traumatheorie is hiermee niet in tegenspraak dat daders ook gezonde delen hebben. Daders kunnen in bepaalde fasen van hun leven en in bepaalde omstandigheden in hun relaties liefdevol, toegewijd en hulpvaardig zijn. Van hoge naziofficieren is bekend dat zij binnen hun familiekring liefdevolle vaders waren (Lebert en Lebert 2002).

Dader wordt men via de weg van de eigen traumatische ervaringen of via een symbiosetrauma waarbij men de trauma’s van zijn ouders, grootouders en vaak ook overgrootouders beleeft als een eigen trauma en onbewust symbiotisch met deze onopgeloste trauma-energie is verstrikt.’

UIT: Franz Ruppert, Symbiose en autonomie. Een weg uit symbiosetrauma en destructieve afhankelijkheid. Eeserveen 2010 (blz. 170, 171, 172, 173).