SYMBIOTISCHE VERSTRIKKINGEN IN PARTNERELATIES

‘Het symbiotische karakter van een man-vrouwrelatie wordt enthousiast bezongen in liederen, hartstochtelijk beschreven in romans en in films steeds opnieuw in scène gezet. Wij mensen hebben een onverzadigbare behoefte het gevoel van verliefdheid steeds opnieuw in ons aan te wakkeren. “Jij bent het grootste geluk in mijn leven!”, “Ik heb niets anders meer nodig dan jou!” – het beeld van het ene hart en de ene ziel, de lichamelijke versmelting en het onmetelijke gevoel in de ander op te lossen, schijnt het meest begerenswaardige doel te zijn van twee mensen die verliefd zijn op elkaar.

Het is inmiddels algemeen bekend dat deze verliefdheidsgevoelens in hoge mate door neurotransmitters en hormonen worden gestuurd en tijdelijk van aard zijn. De functie van verliefdheid is het verhogen van de lust om te paren. Ook dient verliefdheid om de nadelen en zwakke kanten van een partner niet te hoeven waarnemen en vooral de overeenkomsten te benadrukken. Biologisch gezien wordt daardoor de paarvorming bevorderd die leidt tot het verwekken van nakomelingen. Paarvorming waarborgt een zekere stabiliteit in de verzorging van de nakomelingen.

De liefde tussen partners reduceren tot een biologisch of neuro chemisch proces doet geen recht aan de complexiteit van de menselijke liefde, zoals de filosoof Richard David Precht met goede argumenten beweert (Precht 2009). Bij paarvorming gaat het voor de betrokkenen onder andere ook om de bevestiging van hun eigenwaarde en de diepere ontwikkeling van de eigen persoon. We willen dat onze partner van ons houdt als iemand die bijzonder, uniek en niet te vervangen is en ons ondanks onze tekortkomingen accepteert. In principe zijn dat de symbiotische oer behoeften die we uit onze jeugd kennen: lief te worden gevonden, samen te zijn, bij elkaar te horen, te worden verzorgd en zelf anderen lief te kunnen hebben en te kunnen verzorgen.

Geen enkele partnerrelatie kan garanderen dat deze symbiotische behoeften worden vervuld. Aangezien een partnerrelatie vrijwillig wordt aangegaan – tenminste in culturen waarin huwelijkspartners vrij gekozen worden – kunnen de bijzondere gevoelens voor de ander weer verdwijnen en kan de oorspronkelijke aantrekkingskracht van de ander afnemen. Dat wordt bevestigd door de talloze relatieproblemen en huwelijksconflicten en het hoge aantal scheidingen.

Uiteindelijk willen psychisch gezonde partners in een relatie net zo min voor altijd met elkaar versmolten zijn als het psychisch gezonde kind eeuwig bij zijn moeder wil blijven. Romantische voorstellingen van de liefde – “En ze leefden nog lang en gelukkig” – hebben niets gemeen met de realiteit van een langdurige partnerrelatie. In gezonde partnerrelaties gaat het niet alleen om de bevrediging van symbiotische behoeften, maar ook om de verdere ontwikkeling van zelfstandigheid, eigen interessegebieden en de gemeenschappelijke ontwikkeling gedurende de verschillende levensfasen. Dat brengt een hoop conflictmateriaal met zich mee, maar ook veel aanknopingspunten voor constructieve oplossingen.

ILLUSIES OVER LIEFDE EN ANGST VOOR CONTROLEVERLIES

Wanneer de voor de ontwikkeling noodzakelijke relatieconflicten niet oplosbaar blijken, dan berusten ze doorgaans op symbiotische verstrikkingen. Symbiotische verstrikkingen in partnerrelaties ontstaan wanneer twee mensen die in hun jeugd een symbiosetrauma ervaren hebben, zich wederzijds tot elkaar aangetrokken voelen. De persoonlijkheid van zulke partners is in zichzelf verdeeld: in een deel dat dringend behoefte heeft aan liefde en nabijheid, en in een ander deel dat wegens slechte jeugdervaringen angst heeft voor te veel nabijheid en valse voorstellingen heeft over de liefde. Daarom vinden hun getraumatiseerde delen elkaar feilloos in de verwachting eindelijk door iemand anders te worden begrepen. Aan de andere kant komen de partners vanwege hun overlevingsdelen niet echt met elkaar in contact en stoten zij elkaar steeds af. Op die manier kunnen verstrikte partners elkaar niet loslaten en ook nooit werkelijk in harmonie met elkaar omgaan.

Illusies en idealiseringen die ontstaan in de relatie met de ouders, worden overgedragen op de partner. Omgekeerd is de bereidheid zich in te leven in de traumagevoelens van de partner groot. Men probeert de psychische last van de partner mee te helpen dragen, zoals men dat altijd al gedaan heeft of nog steeds doet in de relatie met de bedroefde vader of de overbelaste moeder. Zowel het idealiseren van de partner als het zich identificeren met zijn psychisch leed wordt verward met liefde – een andere vorm van liefde heeft men als kind immers niet gekend. In symbiotische verstrikkingen luidt de liefdesformule: “We hebben elkaar nodig om samen ons leed te dragen.”

De angst voor de ondraaglijke gevoelens van het eigen symbiosetrauma verhindert een te grote emotionele opening en diezelfde angst leidt bij te intensieve nabijheid van de partner gemakkelijk tot het automatisch uitschakelen van gevoelens om te voorkomen dat het gevreesde controleverlies zal optreden. Te grote nabijheid activeert de overlevingsstrategieën en kan mogelijk zelfs leiden tot verregaande verwijdering tussen lichaam en ziel, die soms ervaren kan worden als het uittreden van de ziel uit het lichaam.’

UIT: Franz Ruppert, Symbiose en autonomie. Een weg uit symbiosetrauma en destructieve afhankelijkheid. Eeserveen 2010 (blz. 144, 145, 146).