DIMENSIES VAN DE ZIEL VOLGENS HELLINGER

‘Ook de inzichten die Bert Hellinger heeft verkregen door zijn werk met familieopstellingen geven het begrip ziel in mijn ogen een nieuwe betekenis met verstrekkende gevolgen voor het therapeutisch werk: “De ziel werkt verenigend en sturend in het lichaam, grotendeels onbewust voor ons, maar zeer wetend. En ze reikt ver boven het lichaam uit. Ze staat in wisselwerking met de omgeving, anders zou er bijvoorbeeld geen ‘stofwisseling’ en voortplanting zijn. De ziel reikt echter niet alleen op deze wijze boven ons uit, maar strekt zich uit in de familie en verbindt ons met onze gezinsleden en onze familie. Zoals de ziel het lichaam verenigt binnen zijn eigen grenzen, zo verenigt en stuurt de ziel ook de familie binnen bepaalde grenzen.” (Hellinger 2002, pag. 53)

Voor Bert Hellinger bestaat er geen scheiding tussen lichaam en ziel. De ziel wordt via het lichaam van generatie naar generatie doorgegeven. Hij gaat ervan uit dat een mens ontstaat “als twee bezielde cellen zich met elkaar verbinden. Het lichaam is daarom van begin af aan bezield. Het is niet zijn persoonlijke ziel die zijn lichaam levend maakt. Deze ziel bestond al lang voor hem. Zoals het lichaam een schakel is in een lange keten van diegenen die er zijn en die nog zullen komen, zo is ook de ziel met velen verbonden.” (Hellinger 2002, pag. 53)

Hellingers beeld van de ziel als verbindend principe tussen generaties gaat heel ver. Zij is de allesomvattende en verenigende binding: “De ziel stijgt echter ook boven de familie uit, zij verbindt zich met andere groepen en met de wereld als een geheel. Hier toont zich de ziel als  ‘de grote ziel’. In de grote ziel zijn tegenstellingen opgeheven, daar bestaat geen jong en oud, groot en klein of leven en dood. In haar zijn allen verenigd.” (Hellinger 2002, pag. 54)

Hellinger spreekt het idee tegen dat een mens zijn ziel kan zien als zijn bezit. “Het is zichtbaar dat we onderdeel uitmaken van een grotere ziel, we hebben dus niet een ziel, we zijn in een ziel.”

Hellinger maakt onderscheid tussen drie vormen van de ziel, die hij zelf ‘dimensies’ noemt:

  • een persoonlijke ziel, die het lichaam verbindt tot een eenheid
  • een familieziel, die allen verenigt die tot deze familie behoren
  • een ‘grote ziel’, die als een bovenliggend principe werkzaam is en de tegenstellingen tussen leven en dood en goed en kwaad opheft en laat opgaan in een groter geheel

Volgens Hellinger is de ziel altijd in beweging en ze beweegt datgene wat ze omvat binnen het kader van een bepaalde ordening: “De ziel beweegt. Alles wat van binnenuit beweegt, ontstaat, zich ontwikkelt en vergaat is ‘bezield’. De ziel beweegt zich binnen een bepaalde tijd in de richting van bepaalde doelen, overeenkomstig een ordening die voor individuele situaties van te voren vastligt. Als we de ziel tevens opvatten als het sturende principe van het grote geheel, dan bepaalt deze ordening de beweging van ieder individu.  Want ook het grote geheel beweegt zich op die manier dat alle afzonderlijke bewegingen elkaar aanvullen en wederzijds bepalen, en wel zo dat dat alle bewegingen gezamenlijk naar één doel en één einde toe bewegen. De ziel kan daarom niet iets op zichzelf staands zijn dat het individu dat zich beweegt, in bezit heeft.” (Hellinger 2001b, pag. 56)

Een mens kan in deze betekenis de ziel dus niet als zijn persoonlijk eigendom bezitten, hij kan alleen deel uitmaken van een ziel, die hem omvat en verbindt met andere mensen.’

 UIT: Franz Ruppert, De verborgen boodschap van psychische stoornissen. De waarheid heelt de waan. Eeserveen 2009 (blz. 58, 59, 60)