CONSTRUCTIEVE VORMEN VAN SYMBIOSE

‘Een symbiose die constructief is, levert alle betrokkenen voordeel op. Zij bevordert de ontwikkeling van allen overeenkomstig de mate waarin dat voor ieders ontwikkelingsstadium nodig is. Dit betreft zowel het lichamelijke, emotionele en geestelijke, als ook het praktische niveau.

  • Het is afhankelijk van het ontwikkelingsstadium wat een kind van zijn ouders nodig heeft en wat kinderen voor hun ouders kunnen doen. Aan het begin van het leven kan het kind er alleen maar zijn, en voor psychisch gezonde ouders is alleen al de aanwezigheid van het kind een bron van vreugde. Later in het leven kunnen kinderen ook zinvolle en nuttige bijdragen aan het familieleven leveren.
  • Het hangt van de specifieke omstandigheden af hoeveel liefde en steun een vrouw van haar man nodig heeft en hoeveel emotionele betrokkenheid en praktische hulp een man van zijn vrouw nodig heeft. In een constructief partnerschap kunnen symbiotische behoeften aan liefde, trouw en verzorging net zo goed tot uitdrukking worden gebracht als de behoefte aan vrijheid.
  • In het algemeen schept een ‘gezonde’ staat de noodzakelijke voorwaarden waarbinnen haar burgers hun persoonlijke, beroepsmatige en culturele behoeften kunnen volgen. Burgers die door de staat in hun behoefte aan veiligheid en vrijheid worden gesteund, zijn doorgaans graag bereid hun bijdrage aan het gemeenschappelijk belang te leveren.
  • In een gezonde economie profiteren alle betrokkenen in gelijke mate van de opbrengsten uit de handel en draagt ieder er met arbeid aan bij, dat zowel de levensnoodzakelijke producten als de mooie dingen van het leven voor ieder in voldoende mate beschikbaar zijn.

Bij constructieve symbiose is het van belang dat alle betrokkenen het gevoel hebben dat het er rechtvaardig aan toegaat. Dat betekent dat geven en nemen in evenwicht zijn. Voor bijdragen moet een evenredige vereffening plaatsvinden, hetzij in materiële zaken, prestatie en tegenprestatie, vereffening door geldbedragen, hetzij door positieve gevoelens die ontstaan, of door dankbaarheid. Wie gedurende een langere tijdsperiode meer geeft dan hij ontvangt, voelt zich als psychisch gezond mens vroeger of later gebruikt. Ook wie te veel ontvangt voelt zich daar niet goed bij en krijgt een slecht geweten. Investeringen vooraf kunnen worden aangenomen wanneer te voorzien valt dat zij later worden teruggegeven.

Bij constructieve symbiose vallen egoïsme en altruïsme samen. Ik doe iets voor anderen omdat hun gezondheid, welbevinden en het feit dat zij wijzer en verstandiger worden, ook in mijn belang is. Wanneer een ander zich kan verheugen, ben ik ook blij. Wanneer de ander tevreden is, ben ik dat ook. Wanneer ik een ander goed doe, schenk ik mijzelf een goede leefomgeving.

Constructieve symbiotische relaties zijn gebouwd op een gezonde vorm van liefde. Het behoort tot gezonde liefde om eenduidig te zeggen of men een andere persoon lief heeft of niet. Deze liefde ziet de ander zoals hij is. Zij wordt blij van hem, zijn eigenschappen en zijn ontwikkeling. Zij verwacht geen bijzondere tegenprestaties voor deze liefde en is gelukkig met de vrijwillig gegeven liefde als antwoord. Gezonde liefde is met gezonde seksualiteit verbonden. Ze bedient zich niet van bedreigingen en verdekte manipulaties om seksueel contact met een ander mens te hebben, en ze brengt de seksuele partner geen lichamelijke of psychische schade toe. In een gezonde vorm van seksualiteit komen lichamelijke, emotionele en psychische beleving zonder tegenstrijdigheden met elkaar overeen.

Gezonde angst heeft in de constructieve symbiose haar plaats. Zowel de eigen angst alsook de angst voor het leven, de gezondheid en het welbevinden van de ander mogen tot uitdrukking worden gebracht. Gezonde angst is concreet, begrensd en gegrond en dient als een alarmsignaal voor allen om dreigende gevaren te herkennen en daar adequaat op te reageren.

Tot constructieve symbiose behoort ook een gezonde vorm van woede. Gezonde woede veroordeelt een ander mens niet als geheel, maar brengt het ongenoegen over bepaalde handelingen of instellingen tot uitdrukking. Gezonde woede is gefocust op concrete zaken en generaliseert niet. Ze heeft concrete veranderingsdoelen op het oog. In een gezonde relatie kan de woede van de ander gerespecteerd worden als een uitdrukkingsmogelijkheid voor het feit dat er iets niet klopt in de relatie. Op die manier kan de woede worden gebruikt om aan de verbetering van de relatie te werken. Woede die helpt om gezonde grenzen te stellen, verbindt op een nieuwe laag van waaruit de relatie zich dan verder kan ontwikkelen.

Evenzo mogen in een constructieve symbiose gevoelens van verdriet en pijn duidelijk worden geuit. Het is gezond wanneer men bij pijnlijke verliezen, scheiding en dood, een ander zijn verdriet toont en huilt. Er bestaat een gezonde en heilzame pijn, die in constructieve symbiotische relaties in zijn volle intensiteit aanwezig kan zijn. In gelijke mate is het in constructieve relaties vanzelfsprekend om gepaste deelname aan het verdriet en de pijn van een ander te ervaren.

Wanneer iemand in een gezonde relatie zich schuldig heeft gemaakt, neemt hij daarvoor de verantwoordelijkheid en zoekt naar een vereffening ten opzichte van degenen die onder zijn misdragingen te lijden hebben gehad. Wie in een constructieve symbiotische relatie iets ergs werd aangedaan, is bereid te vergeven wanneer hij weet dat de dader het onrecht dat hij veroorzaakte, heeft ingezien, zich inspant voor een genoegdoening, eventueel een sanctie of een hem opgelegde straf aanneemt en in de toekomst zulke daden achterwege laat.

Tot slot worden in een constructieve symbiotische relatie de schaamtegrenzen van de betrokkenen gerespecteerd. Niemand wordt wegens zijn ervaringen, fouten of gebreken geblameerd. Toch worden moeilijke en ook intieme onderwerpen op gepaste wijze besproken.              Er bestaan geen principiële taboes, geen spreekverboden of zwijggeboden.

Kenmerkend voor de constructieve symbiose is ook de bereidheid tot het opheffen van de symbiose. Dit gebeurt wanneer een afhankelijkheidsrelatie op den duur te benauwend en beperkend is geworden.

  • Het kind verlaat het ouderlijk huis wanneer het genoeg geleerd heeft om zichzelf te onderhouden.
  • Een paar gaat scheiden wanneer er geen gemeenschappelijke toekomst meer is.
  • Organisaties en instituten heffen zich op wanneer zij hun opgave hebben vervuld.
  • Een staat houdt niet principieel vast aan zelfstandigheid en gaat op in een groter, overkoepelend geheel, of deelt zich weer op in kleinere, zelfstandige eenheden wanneer dat alle betrokkenen meer voordeel brengt.

De constructieve symbiose roept een gepast gevoel van saamhorigheid en verbondenheid op. Ieder mag de ander zo zien als hij of zij is, met alle goede en slechte levenservaringen, met zowel de sterke als de zwakke kanten. Ouders verbergen hun negatieve ervaringen bijvoorbeeld niet voor hun kinderen om hen een beeld van heelheid voor te spiegelen. Net zo min verklaren zij hun de wereld met geïdealiseerde beelden. Ook kinderen mogen de wereld zien zoals zij is, met zowel de mooie als de afschrikwekkende kanten. In een constructieve symbiose wordt niet geprobeerd de ander tegen alle mogelijke conflicten en problemen te beschermen en een symbiotische cocon te weven waarin iedereen elkaar in de watten legt. Dat leidt tot stagnatie in de ontwikkeling en tot boze volwassenen wanneer deze cocon op een dag uiteenvalt.’

UIT: Franz Ruppert, Symbiose en autonomie. Een weg uit symbiosetrauma en destructieve afhankelijkheid. Eeserveen 2010 (blz. 59, 60, 61, 62).